Ik heb
een afspraak met een vrijgevochten backpacker. Iemand die er heel bewust voor
kiest om in zijn eentje de wereld te ontdekken. Ik moet wachten op Daan, want
het was onmogelijk een concrete afspraak te maken: hij leeft namelijk niet naar
de klok. Een beetje geërgerd loop ik in de stad. Meneer heeft nog niet
gereageerd op mijn vele appjes waarvan één luidt: “waar zullen we meeten?”.
Nee, als ik Daan bel heeft hij hele andere plannen. Namelijk om zijn wilde
haardos eens een flinke knipbeurt te geven. Wie moet er bepakt en bezakt een
halfuur in de stad ronddwalen? Juist, ik. Helemaal alleen. Paniekerig bel ik
hem: “ja, nou ik wil niet zo lang wachten hoor.” Maar de zware relaxte stem
maakt zich niet druk en zegt: “ik zie je zo."
Een beetje bozig en verbaasd staar ik naar mijn telefoon. Ik kan niet zo goed
alleen zijn. Ik kan daarentegen prima urenlang in mijn eentje in bed liggen en
series bingen, maar even alleen naar de stad? Ho maar. Op de een of andere
manier moet ik mezelf er toe verzetten om iets te doen, ben ik bang dat ik het
niet alleen kan. Ik doe het heus wel, ik móet soms ook wel (voor stage of iets
dergelijks), maar echt de stap er toe zetten is zo ontzettend lastig. Het gekke
is, ik kom de leukste gekste dingen tegen als ik in mijn eentje ben. Ik
observeer de wereld een stukje beter dan met iemand aan mijn zij. Op de een of
andere manier komt de wereld harder bij me binnen, ben ik aardiger, word ik
vaker aangesproken en ontmoet ik leuke mensen. Waarom is alleen zijn dan toch
altijd nog een enge stap?
Het kan voor sommigen een soort vrijheid zijn, geen rekening te hoeven houden
met anderen. Niet nadenken over de voorkeuren van een ander, maar de innerlijke
rust vinden met jezelf. Het accepteren, het omarmen van de eenzaamheid en
daaruit iets moois halen. Ik vond het niet kunnen dat Daan me een halfuur liet
wachten, maar achteraf gezien heeft hij me geholpen de wereld een stukje mooier
te vinden. Door mijn eigen ogen.
Zen-Willie, I like!
BeantwoordenVerwijderen